Vennootschap onder firma

Bij de vennootschap onder firma (vof) wordt onderscheid gemaakt tussen het vennootschapsvermogen en de privévermogens van u en de andere firmanten. Het vennootschapsvermogen bestaat bij het begin van de vof uit het door de oprichters/firmanten bijeen gebrachte vermogen (inbreng). Dit vermogen kan later aangroeien door gemaakte winsten of verhoging van de inbreng. Het vennootschapsvermogen wordt ook wel het afgescheiden vermogen van de vof genoemd, primair bedoeld voor de zakelijke schuldeisers. Tijdens het bestaan van de vennootschap kunnen de privéschuldeisers van u en de andere firmanten zich niet verhalen op het vennootschapsvermogen. De zakelijke schuldeisers kunnen echter wel aanspraak maken op de privévermogens van de firmanten, als het vennootschapsvermogen niet toereikend is.


Bevoegdheid van de vennoten

Anders dan bij de maatschap, waarbij u voor ‘bevoegde vertegenwoordiging’ volmacht moet krijgen van de overige maten, is iedere vennoot bevoegd om namens de vof te handelen. Er zijn echter drie wettelijke uitzonderingen. U bent niet bevoegd als:

  • in de vennootschapsakte staat dat u geen vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft;
  • de verrichte handeling niet binnen het doel van de vennootschap valt;
  • het gaat om een handeling waartoe u volgens de overeenkomst onbevoegd bent.

Continuïteit waarborgen

Overlijdt een van uw zakelijk partners, dan eindigt de vof. U en eventueel andere vennoten kunnen de onderneming (eventueel met een nieuwe partner) alleen voortzetten als er bijzondere contractuele regelingen afgesproken zijn. Het kan hierbij gaan om het voortzettingsbeding, het verblijvingsbeding en het toescheidingsbeding. Deze kunt u in de vennootschapsovereenkomst laten opnemen.